Netwerkbijeenkomst 30 mei 2016 in Oppenhuizen

Netwerkbijeenkomst 30 mei 2016 in Oppenhuizen

Deze netwerkbijeenkomst gaat over de welstandscommissie Hûs en Hiem en haar noodzaak.

Jan Appeldorn introduceert de sprekers. Hij zegt, dat er veel misverstanden zijn over het nut en de noodzaak van de welstandscommissie. Het is verplicht een advies te vragen over de welstand. Bij herhaling wordt de functie van de welstandscommissie ter discussie gesteld. Sommige gemeenteraden zetten dit punt zelfs op de raadsagenda. Wij hebben in Friesland een gemeenschappelijke regeling omtrent het advies welstand: Hûs en Hiem.

De basis waarop het advies wordt gegeven is te vinden in de eigen gemeentelijke beeld- en kwaliteitsplannen. Leden die zich terug willen trekken hebben volgens Jan boter op hun hoofd.

Als eerste houdt de directeur van Hûs en Hiem, Marc Visser een inleiding.  Hij legt uit, dat de gemeenschappelijke regeling Hûs en Hiem verantwoordelijk is voor het beleid middels de centrale advies commissie ruimtelijke kwaliteit.

Marc Visser zegt, dat sinds 2004 het welstandsbeleid is gewijzigd. Iedere gemeente moet een welstandsnota hebben. Hieraan wordt getoetst. Fryslân is een mooi organisme met een Deze netwerkbijeenkomst staat in het teken van nut en de noodzaak van de    welstandscommisse Hûs en Hiem. Jan Appeldorn introduceert geschiedenis. De hulp van H & H is nodig om Fryslân mooi te houden en niet te verpesten. In 2015 bestaat H & H al 90 jaar. Wij zijn gestart als Schoonheidscommissie. Daar was destijds behoefte aan. De geschiedenis moest bewaard blijven. Er werd van alles gebouwd en afgebroken. Hij geeft toe, dat sommige kleine (pietluttige) wijzigingen het imago van H & H schaden. Dat is helaas niet altijd te voorkomen. In andere landen heeft men niet zo’n commissie. Daar mogen alleen gerenommeerde architecten een bouwaanvraag doen.

Hier is dat anders. Daarom is de Schoonheidscommissie ontstaan om toch toezicht te kunnen houden op de welstand. Die commissie is er nog steeds. Misschien moet het eens anders, zodat de plannen wat onder de “zesjes drempel” vandaan komen, omdat het uitgangspunt is: de redelijke wijze van welstand. Gemeenten bepalen zelf waar de lat ligt en leggen dat vast in hun welstandsnota. Het is mogelijk, dat een gemeente het advies van H & H aan de kant schuift. H & H vermeldt dit in hun gemeentelijk jaarverslag aan de raad.

H & H brengt advies uit tegen betaling. De factuur wordt door de gemeente  doorgestuurd naar de aanvrager.

Als er geen commissie is, zoals in Tytsjerksteradiel dan moet de bouwaanvraag door een gediplomeerde architect worden ingediend. Als deze er een potje van maakt, mag hij geen aanvragen meer indienen. In sommige gevallen is een onafhankelijk advies verplicht. De gemeente moet de plannen dan indienen bij een onafhankelijke commissie in Groningen.

Het advies kost de aanvrager hoe dan ook geld. Hij schiet niets op met deze werkwijze.

Visser merkt op, dat H & H graag in een zo vroeg mogelijk stadium bij de plannen betrokken wil worden om te komen tot goede plannen die voldoen aan de welstand. Een voorbeeld is het project de Nije Pleats. Hij noemt dit de omgevingsdialoog. Dit is het nieuwe werken.

Daarna is het woord aan Joute de Graaf. Hij heeft carrière gemaakt in het onderwijs en heeft een klein architectenbureau gehad. Door een ongeluk is hij later rolstoel gebonden geraakt. Hij is nu actief in de WMO met name omtrent de toegankelijkheid van gebouwen e.d. Hij schildert en schrijft. Op deze gebieden is hij autodidact. De Graaf vindt ook, dat Fryslân mooi moet blijven. Daar is geen discussie over. Hij vindt dat H & H anders moet werken. Hij is geen tegenstander. Het is goed, dat er met een gevoelig oog naar plannen wordt gekeken. Het lijkt echter soms willekeur: wat hier wel mag kan daar niet.
Bij grote gebouwen op gevoelige plekken moet het tenminste een dikke zes zijn, liefst hoger. Daarover is hij het eens met  Marc Visser. De Graaf vindt, dat H & H de plannen duurder maakt.. Ze hoeven niet overal voor gevraagd te worden. Wij hebben samenlevingsregels. In Súdwest Fryslân heeft de welstandsnota 405 pagina’s. De wereld gaat aan vlijt ten onder. Er wordt teveel geregeld op dit gebied. De creativiteit gaat hierdoor verloren. H & H hoeft niet weg, maar moet weer een dienende functie krijgen. Wat is schoonheid? Je moet rekening houden met de omgeving, met de functionaliteit, maar ook met het budget. Architecten worstelen hiermee. De beoordeling van de plannen moet vaak te snel. Men weet niet meer waarom zo’n plan zo moet of is. De medewerkers van H & H moeten voor ogen houden wat het karakteristieke van Fryslân is. (b.v. geen windmolens lukraak op het land). 

Marc Visser merkt op, dat er mensen zijn, die iets willen in het publieke domein en geen rekening willen houden met anderen. Daar is H & H voor. Welstandsnota’s zijn dan leidend. Op kleinere punten moeten wij gemakkelijker zijn. Hier kan inderdaad lokale kennis van ambtenaren toegepast worden en hoeven geen bureaus ingeschakeld te worden.  De wereld is aan het veranderen. Digitalisering is gaande. De opleidingen zijn ook beter.

Er volgt een levendige discussie tussen de leden, Visser en De Graaf. Conclusie is, dat er minder regels zouden moeten zijn en dat Hûs en Hiem voor de meeste gemeenten haar werk kan blijven doen met als grootste doel : Fryslân mooi houden.

Uitzen de Vries vertelt nog, dat de raad van Dantumadeel een amendement heeft aangenomen, dat         H & H alleen ingeschakeld zal worden voor Monumenten, wonen en werken in het buitengebied en locaties van bouwhistorische kwaliteit. Visser merkt op, dat de welstandsnota dan wel heel goed en duidelijk moet zijn.  De Vries vult aan, dat er een lokale commissie zou moeten komen, waarin naast ambtenaren enkele burgerleden moeten plaats nemen.

Geen reactie's

Geef een reactie